Gedichten



RODDELTANTERIJ

 

 

 

 

ELK LEERT IS AL,om

meer kon riet

aan randen zand

 

 

 

 

 

een loopje nemen dacht ze

 

een liegtuig lacht ze

vol van lol

 

een koopje

 

 

 

 

een loeilamp

op een lichter

de nacht geknipt

voort oog

 

 

 

 

 

 

zwart

molk t volk

de dagen

 

 

 

 

 

watersteentjes

 

 

keitjes, kleine

platte, ronde

 

smijtjes

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voor

 

hoe ze haar haar zo blank

hoe in dien blik

dien klank van klaar

 

 

 

concolor

 

haar kus is een lus

van haar

een lok zonder acht

 

zacht door wind

 

 

 

 

het beddegoed

 

het betere gedacht

het geliefde lacht

 

vuurtje stoken

warm gedicht

 

de troosting

dat is in t kaarten

 

 

elfgenoegzaamheid

 

 

als ik aan mijn held denk dan denk

ik aan mijn favoriete zanger

of aan de hanger aan de nek

 

aan al die zijn held versmelt

zeg ik dan woorden vol

 

 

 

 

 

 

 

 

 

beeld

och kunst,

t is eelt

 

 

 

 

 

 

woordverspel

 

de letterbek

die meer zegt dan

zijn woorden zijn

die speelt en verwoordt

uit hoofde van t volk

het platte en klare

de schare in zijn pen

knipt diep

de zot die zijn kop knot

 

 

 

 

lip

 

het zwemmen van de mond

t zeggen van de kond

t leggen van het ei

t aaneenrijgen

van vijgen

en zwijgen

 

 

giraffe 2

 

is uw beestje recht

of plooit het door zijn poten

 

en zoekt

water

 

als uw beestje rechtstaat

heeft het dan eten

of is t om te kijken

 

 

 

 

 

 

placht ik te lachen

 

van zodaar dat

zout den dag

op zijn staarten lei

 

placht ik te lachen

 

om en om

tot t al zei

van eieren s morgens

 

en monteren zorgens

 

 

 

 

 

 

 

 

giraffe

 

la vie sur terre

elle est simple

 

la nuque de l animal nous montre

l hauteur des arbres

 

 

 

 

 

 

als gij daar wilt toe verleiden

 

uwen medemens

tot eenen dans

hoe vindt gij dan uw kans

gaat gij waggelen

gelijk een gans

of drinkt gij mede

zodat uwen vlucht

een pirouette gelijk

uwen medemens

maait

 

 

 

tegendaags

 

in de lucht

wagen hoge bomen

ballet

 

in t gebed

vragen droge omen

smet

 

 

de patriot

 

komt uit zijn kot

want hij heeft het in t snot

er valt wat te rapen

 

geen paarlen voor de schijn

maar t laatste

dat t al vergalt

 

 

 

 

 

mokerslapken en de zeven ergen

 

 

op een dag

wonder, kinderkwelzijn,

veronderstelde de kleinste

het geven van de mieren

 

mateloos gerriteerd

hoorden de ergen het nieuws

ze waren benieuwd

 

hoe taflopen zacht kon zijn

hoe ze altesaam

konden roeden lopen

en hoeden kopen

 

 

tot daar

 

zei den haas van t spel

en t kauwken, t is goed

hoe luwen uit de klaarte trekt

en veel

veel meer water is

 

 

 

 

 

te ruwer beschikking

 

dat bijschikken der vazen

wazen mantels dragen

en gegroefde gezichten

oud van warmte

fotograferen

dat o zo van

dagen tellen

die beelden

die kout, dat dicht

 

 

 

 

zoo zout kunnen gaan

 

dat den bus en het gelaat

van mijn geliefde in de zon

verdwijnen dat mijn en

dijn zwenken over trossen

van hoedekijn, en toch